Graaien of boeien?

 

graaiers_thumb1De bestuurscultuur in Nederland zakt (weer eens) door haar hoeven. Op dit moment struikelen we over de voorbeelden in het nieuws. Woningcorporaties, banken en de meest recente is thuiszorg organisatie Meavita. Een typisch voorbeeld van het fenomeen ‘ikke, ikke en de rest kan stikke’. Het is bekend dat mensen – generaliserend gezegd – altijd op zoek zijn naar meer. Maar moet dat meer dan ten koste gaan van anderen? Als we de krant mogen geloven, lijkt het de topbestuurders niet uit te maken dat anderen er schade van ondervinden. Alles is voor…. de topbestuurders.

Op zich is er niks mis mee om te streven naar meer; meer geluk, meer blijdschap, meer liefde. En ook meer geld is geen schande. Mits het niet ten koste gaat van anderen. De wet van Aantrekking geldt ook hier: waar jij je op focust zal groeien, waar je geen aandacht aan geeft zal krimpen. Zie ook mijn artikel over Visualisaties om de achterliggende gedachten te begrijpen. Als de focus ligt op jezelf verrijken ten koste van anderen, zit je in de negatieve energie. En negatieve energie zorgt ervoor dat je de ellende naar je toe trekt als een magneet. De bestuurders van Meavita weten nu wat ellende is, ze krijgen het als een stortdouche over hun heen. De BV’s die ze hadden opgezet met als doel om er zelf beter van te worden, zijn nu de boemerang om heel hard voor weg te lopen.

Kan het ook anders? Natuurlijk kan het anders!

Iedere organisatie, groot of klein, heeft een doelstelling die boven haarzelf uitstijgt. Naast economische drijfveren moet een organisatie voor haar bestaansrecht een toegevoegde waarde hebben voor haar klanten. Een waarde die bijdraagt aan het levensgeluk van de klant en misschien ook wel de klanten van de klant. Dit noem ik het waarom van een organisatie. Het vertegenwoordigt de emotie van een organisatie en de mensen die in de organisatie werken. Het bindt de mensen en biedt ze de inspiratie om dag in, dag uit hun beste been voor te zetten. Het bindt ook de klanten omdat het aansluit aan hun waarden en normen.

Organisaties krijgen vanuit deze gedachte dan ook alleen de klanten die ze verdienen. Als de organisatie gericht is op zelfverrijking, zal het klanten aantrekken die hetzelfde willen. Op dat moment ontstaat direct het spanningsveld: wie gaat het rijkste worden, ten koste van de ander.

Als de organisatie gericht is om de klanten oprecht te helpen zonder daarvoor zelf de hoofdprijs te willen hebben, zal dat klanten aantrekken die geloven in het waarom van de organisatie. Als woorden en daden dan overeen komen (practice what you preace), neemt de geloofwaardigheid en het vertrouwen met grote sprongen toe en zal de klant loyaal blijven aan de organisatie. Niet alleen op korte termijn dus een klant, ook op de lange termijn blijft de winst. Geen onplezierige gedachte…!

Wat betekent dit voor topbestuurders? Alles!

Topbestuurders zijn de voorbeeldfuncties binnen een organisatie. Echter, topbestuurders hebben last van het fenomeen – zeker binnen de grote organisaties – dat zij losgeslagen zijn van de werkelijkheid (lees ook het boek van Jaap Peters, de Intensieve Menshouderij). Het hoofd zit in de wolken en de voeten zijn los van de grond. Vaak ook letterlijk op de hoogste verdieping van het gebouw. Het ‘succes’ stijgt hun naar het hoofd en wordt normaal gevonden. En zodra het normaal is, is het niet meer bijzonder en daarmee glijden zij af naar de negatieve energie. Op dat moment ervaren zij geen dankbaarheid meer voor het succes en neigen naar arrogantie; negatieve energie met alle gevolgen van dien. Ze vallen vandaag de dag bij bosjes om.

Om de voorbeeldfunctie weer goed neer te zetten, is het belangrijk om opnieuw echt in contact te komen met het waarom van de organisatie. De vraag die ik topbestuurders dan ook vaak stel: ‘Toen je net begon als bestuurder, welke ambitie had je toen? En wat is er nu van terecht gekomen?’ Deze vraag zet de topbestuurder vaak weer even met beide benen op de grond. Dat effect wordt versterkt als je kritisch luistert en doorvraagt, een vaardigheid die ik als coach met liefde en plezier hanteer. De gesprekken die dan volgen gaan niet meer over geld, maar over de toegevoegde waarde die de organisatie heeft voor haar klanten en de maatschappij. De wijze waarop de topbestuurders hun mensen dan weer inspireren zorgt ervoor dat het vliegwiel weer de juiste kant op draait. Ik ben dankbaar dat ik al menig topbestuurder op deze wijze hernieuwd heb kennis kunnen laten maken met hun eigen organisatie.

Boos?

Moeten we nu collectief boos worden op de topbestuurders in Nederland? Ik ben het in ieder geval niet, zelfs geen leedvermaak. Ik zou mij dan onmiddellijk in de negatieve energie begeven en daarmee alle ellende naar mij toe trekken. Ik wil ze helpen; ze zijn het slachtoffer geworden van hun eigen succes. Het is maar weinigen gegeven om zoveel weelde goed te kunnen dragen.

Het is mijn passie om ze te helpen de voeten terug op de grond te krijgen en ze weer in hun kracht te brengen. Een kracht die het verschil kan maken tussen blije klanten en maatschappij of de zoveelste rel in het nieuws.

 

Benno Rijpkema